Voor buurman Niek


De champagne was net geleverd, ergens tussen Kerst en Oud & Nieuw, toen ik bij ze binnenviel. Op m’n telefoon de link naar het huis waar ik net een bod op had gedaan. Zijn ogen twinkelden, ongeloof, verbazing, trots en vreugde: „Hebbie dat pand écht gekocht?” „Nog niet”, zei ik. „Morgen hoor ik of het bod is geaccepteerd.” Maar ’morgen’ viel al een uur later. De verkopende partij belde en ik kon bevestigen dat ik dat pand écht gekocht had. „Morgen komen we langs! Met champagne, die staat al klaar en dan gaan we proosten!”

De volgende dag stapten ze vrolijk binnen, Ank en Niek, de buurtjes van twee deuren verderop. Nóg vrolijker dan de dag ervoor, want ze hadden een briljant plan. „Zeg kind, we hebben dat pand ’ns goed bekeken en dat is veel te groot voor je. Daar heb je beheerders voor nodig en dus verhuizen wij mee. De eerste etage is voor ons!” Briljant plan, want eerlijk gezegd is dat nog steeds mijn grootste zorg: hoe moet dat nou straks, zonder m’n buren? Gelukkig verhuis ik pas medio 2019, wie dan leeft, die dan zorgt.

De zorgen haalden het leven in.

Niek werd ziek. Die grote man, met zijn witte haren en dikke buik, zijn Rotterdamse tongval en oprechte belangstelling voor alles wat ik deed, bleek ongeneeslijk ziek. Een feit dat niet doordrong, bij niemand. Zijn adviezen bleven – „Dumpen die kerel, wat is dat voor zak?!” – en zijn goedkeuring ook; minstens drie keer per maand moesten hij en Ank bepalen of een nieuwe jurk of broek de kleedkamer zou halen of terug moest. De rood leren broek kreeg een akkoord, de wit leren rok moest écht weg.

Op mijn beurt hoorde ik hoe de huisarts hem vitamine D voorschreef en de specialist van het Havenziekenhuis toch echt eerst met vakantie moest. Het ontzag voor de witte jas is bij een zeventigplusser toch net iets groter dan bij artsendochter. „Nee Ebru, het komt wel goed, laat maar.” Niek was nooit ziek, dus wat kon het hem schelen dat het maanden duurde eer ’ie eens bloed kon laten prikken of terecht kon bij Oncologie in het IJsselland. Na een bestralingssessie in het Erasmus Medisch Centrum bij een toparts, reden we langs mijn nieuwe huis; parkeren en naar binnen gaan, ging al niet meer, maar vanuit de auto verbeet Niek zijn pijn en kon hij het zien. De weken erop gruwelde Ank bij de filmpjes van de verbouwing, Niek bekeek ze vol belangstelling: „Ze doet het heel goed, ze weet echt wel wat ze doet hoor Ank!”

Deze week draag ik m’n nieuwe jurk naar de crematie van Niek. Hij had ’m prachtig gevonden.


Ben jij #teamebru?