Ander woord voor columnist: boksbal

Na meer dan vijftien jaar columneren heb ik één ding nog steeds niet geleerd: dat mensen liegen. Over alles. En dat als jij dat niet doet (ik dus), ze een perfecte stok hebben om je mee te slaan. De frustratie over hun eigen falen, over het doorprikken van hun ballon, hun moralistische gelijk, vieren ze bot op jou. 

Daar ben je columnist voor, je krijgt de shit van iedereen over je heen. Vroeger werd je daar nog ruimschoots voor betaald, in de afgelopen vijftien jaar is alles minder geworden. Maar hey, mij hoor je niet klagen. De shit glijdt van me af, mijn verbazing blijft. 

De shitstorm van de week ging erover dat ik wél naar buiten ga, wél afspreek met vrienden (eentje tegelijk, meer mag niet in Rotterdam), wél naar mijn ouders ga, wél bij mijn buurvrouw (76) op bezoek ga. De reden waarom ik dit doe, is simpel: omdat het mág. Ik ben iemand die prima orders begrijpt: ja/ nee, zwart/ wit, links/ rechts. Dus als gezegd wordt dat je buiten mag wandelen, ga ik wandelen. Als er gezegd wordt dat je met minder dan drie personen buiten mag lopen, kan ik nog net berekenen dat ik dus met één ander een blokje om kan doen. Als duidelijk wordt dat je winkels met een winkelmandje in mag (Albert Heijn, Kruidvat, Action, MediaMarkt, Praxis – meer winkels heb ik de afgelopen week niet gezien) (hoewel, De Bonte Koe in Schiedam was open, waar ik op bezoek bij een vriendin een blokje om liep en we onze chocolabehoefte stilden), haal ik m’n boodschappen daar. Als iedereen roept dat je je locals moet supporten, loop ik de ene dag naar de slager om de hoek, de andere dag naar de slager verderop. Bloemen haal ik bij een kraampje in het Centrum, in extra hoeveelheden. Ook heb ik zo’n bestelling bij Bolt Amsterdam gedaan – alle buren weer blij. Ik betaal contactloos, hou afstand en doe alles op de manier zoals Rutte en co mij bevelen te doen. 

Dat neemt niet weg dat ik gék word van deze toestand. Opeens zijn zes auto’s op een kruispunt ‘veel’, acht mensen bij een zebrapad ook, en bij sportende mensen in het park concludeer ik dat dat best kan, op anderhalve meter afstand. Uit het niets heb ik mij aangepast aan een nieuwe werkelijkheid, die allesbehalve normaal is. Niets, helemaal niets uit de voorgaande zinnen is ‘normaal’. Ik weiger mij daaraan te conformeren. Tel daarbij op dat iemand bedacht heeft dat ik mijn ouders niet zou mogen zien, en je kunt concluderen dat ‘normaal’ is opgehouden met bestaan. Nogmaals: ik weiger, alles in mij weigert, mij daaraan te conformeren. Gaat niet gebeuren. De shitstorm van de week die ik over me heen kreeg, ging erover dat ik mijn ouders wél zie. Ik bel ze elke dag, ze zijn op miraculeuze wijze voorzien van eten dus dat hoef ik niet te halen. Mijn buurvrouw van 76 spreek ik ook elke dag; zij wil nog wel ‘ns dat ik iets haal voor haar. Slagroom. Of een gebakje. Alles wat niet nodig is. “Je komt wel even langs hé, dan gaan we op het balkon zitten’. Wat, zeg me wát is hier misdadig aan? Binnen of buiten, we houden een achterlijke afstand, zoals ik met mijn ouders ook doe. We lachen erom, maar we houden afstand. En ja, we kennen Coronadoden en ja de zin ‘het komt nu wel erg dichtbij’ is al vaker gevallen – ik heb er al een column aan gewijd. Eenieder van ons neemt het op zijn eigen manier serieus. Ik heb een doodsverachting, de oudere mensen om me heen willen blijven leven. Mijn ouders hebben de keuze: als ik zeg dat ik zogenaamd niet langs hoor te gaan, kijkt mijn moeder me aan alsof ik haar betrapt heb met de hand in de koekjestrommel. We zitten braaf tegenover elkaar met een tafel ertussen. Weet je: doe lekker moralistisch maar het mag. Moralisten die roepen dat ik mijn ouders vermoord, dat ik mijn plek op de IC moet afstaan: ik lach jullie uit. Hard ook. Haal je gram bij een ander, bij het communicatiebureau dat de MinPres heeft ingehuurd, van mijn part bij de MinPres, maar ik hou me keurig aan de regels. Binnens- en buitenshuis. Maar ik vertik het, IK VERTIK HET, om me aan te laten praten dat ik oproep tot burgerlijke ongehoorzaamheid en dat ik regels aan mijn laars zou lappen. 

Tot slot:

Is het jullie opgevallen dat het woord ‘groepsimmuniteit’ niet meer valt? Kan iemand me uitleggen hoe je groepsimmuniteit krijgt, als je binnen moet blijven? Beter: kan iemand me uitleggen hoe we degenen die buiten rondlopen, niet erg dankbaar moeten zijn om voor groepsimmuniteit te zorgen? En hoe kan het dat verzekeraars de dans ontspringen als schuldige aan deze crisis? Verzekeraars hebben allang een prijs op mensenlevens gezet. Hoe kan het dat de discussies over het al dan niet vergoeden van medicijnen vergeten zijn? Medicijnen die te duur zouden zijn, patiënten die te oud of ziek zouden zijn? Het aantal IC bedden past precies in die discussie: meer dan wat er was, was te duur en niet rendabel. 

Ja, jullie columnist is een mens. Eentje die te pas en te onpas schreeuwt en stampvoet, maar nooit onterecht. Het zou pas erg zijn als jullie allemaal elke keer weer als juichaapjes om me heen zouden staan. Wordt een mens lui van. Maar tegen de ratten die nu weer de moeite hebben genomen om uit hun holen te kruipen, kan ik maar één ding zeggen: blij dat ik ook deze week weer als boksbal heb mogen functioneren voor jullie. Beter dat je mij online hoekt, dan dat je je huisgenoot fysiek mishandelt. De IC’s liggen al zo vol.

#StaySafe.

#HouVol

En laat je acuut nakijken als je daadwerkelijk gelooft dat de anderhalvemetermaatschappij Het Nieuwe Normaal zou zijn.

Klik hier