MIJN. NIET DIJN.

Deze column cq ingezonden brief verscheen meer dan een decennium geleden in het Parool nadat ik een brief had gekregen van de communist vermomd als wethouder/ ambtenaar Laurens Ivens die mijn woonhuis vorderde voor sociale huur. Het woonhuis waarin ik nota bene zelf woonde hè? Nu kun je veel zeggen van me maar niet dat ik meegaand ben. Ik stuurde een mail naar de communisten van de dienst Wonen, zorg en samenleving en opeens belde de overbuurman: “Er staat een man tegenover je huis foto’s te nemen”. Serieus, WTF? Tegen de tijd dat ik uit het raam hing, was de ‘fotograaf’ verdwenen. Ik schreef een boze brief naar het Parool want een stad waar het verschil tussen mijn en dijn niet gekend wordt, is uiteraard Amsterdam maar in normale termen zouden we dat een communistische bananenrepubliek noemen. 

Binnen een week volgde een brief dat de gemeente een ‘fout’ had gemaakt en dat mijn huis niet gevorderd werd. Nee. Mijn huis niet nee. Maar zovele andere huizen wél. Ik ken verhalen van mensen die hun pied à terre met hypotheek moesten afstaan tegen een fooi en zelf moesten huren tegen marktwaarde om dicht bij hun werk te zitten. Allemaal door het beleid van Laurens Ivens. 


De man is opgerot. Niet omdat hij Amsterdammers niet serieus nam – nee, dat kon hij decennia lang doen. Maar omdat we eindelijk woke genoeg zijn om vrouwenmishandeling door blanke mannen in belangrijke banen te veroordelen. Het is te hopen dat deze man nooit en nooit meer een zachte landing maakt. En als hij onder een brug eindigt, hoop ik maar één ding: dat die brug niet in Amsterdam staat. Want die stad en vooral haar burgers verdienen zo veel beter.


De gemeente Amsterdam liegt. Nu is dat niet echt een verrassing: woordvoerders, voorlichters en politici weten dusdanig woordjes achter elkaar te plaatsen dat het lijkt alsof ze redelijke dingen zeggen, maar in werkelijkheid houden ze informatie achter, verdraaien ze de feiten en liegen ze zonder met hun ogen te knipperen om recht te praten wat krom is. Het resultaat is dat ze ten minste verdeeldheid zaaien; wat helder was, wordt opeens een ‘ja maar’-situatie.

Foto: m’n oude huisje ♥♥♥

Zo ook met hetgeen vorige week in het nieuws kwam. de gemeente Amsterdam vordert woningen van particulieren voor verplichte verhuur tegen sociale huurprijzen. Dat, en niets anders dan dat, is het feit waar het hier om gaat.

De gemeente doet voorkomen alsof het om ‘pied-à-terres’ gaat – tweede, onregelmatig bewoonde woningen. Daarnaast doet de gemeente voorkomen alsof het om kleine woningen gaat. Verder doet de gemeente voorkomen alsof het om goedkope woningen gaat. Ook doet de gemeente voorkomen alsof het om leegstaande woningen gaat. Tot slot doet de gemeente Amsterdam voorkomen alsof het om rechtvaardigheid gaat: de daklozen van Amsterdam willen graag verhuizen van onder de brug naar een betaalbare kleine woning die leegstaat. Je zou de gemeente Amsterdam bijna gelijk geven na zo’n redenering. En je moet ze nageven dat ze het geweldig brengen, het ge-ja-maar is niet van de lucht. Leegstand is naar. Woningnood is nog naarder. Yo, één en één is twee, vorderen die handel! Niemand heeft een pied-à-terre nodig.

Wat iemand nodig heeft, gaat niemand aan, zeker de gemeente Amsterdam niet. Want als de vertegenwoordigers van de gemeente Amsterdam zouden begrijpen wat de bewoners van Amsterdam nodig hebben, zouden ze de stad niet jaren in een bouwput veranderen – en winkeliers tot faillissement drijven, mensen uit verzakkende huizen jagen en burgers tot nodeloze belastingen veroordelen. Als vertegenwoordigers van de gemeente Amsterdam zouden begrijpen wat de bewoners van Amsterdam nodig hebben, zouden ze niet alle musea van de stad tegelijkertijd verbouwen en sluiten. Ja, als vertegenwoordiger van de stad Amsterdam zouden begrijpen wat de bewoners van Amsterdam nodig hebben, zou de stad het pareltje kunnen zijn waar de Unesco het voor aanziet.

Maar met dat soort dingen houdt de gemeente Amsterdam zich niet bezig. Nee, de gemeente Amsterdam specialiseert zich in Amsterdammertjes pesten. Ook ik mocht mijn woning (noem het van mijn part een pied-à-terre) afstaan aan de gemeente. Onbewoond? Dacht het niet. Klein? 250 m2 – ik geef toe, het kan groter. Goedkoop? 1700 euro per maand, tja, het is Bos en Lommer hè. Leegstaand? Mwah, alle drie verdiepingen zijn ingericht. De tuin van 140 m2 heeft wat onderhoud nodig. Point taken. Ik zal, zodra ik terug ben uit Turkije, waar ik ook een woning heb, de tuinman laten komen. Wat de gemeente Amsterdam én haar voorlichters, woordvoerders en politici niet begrijpen, is het verschil tussen mijn en dijn.

Ik heb twee woningen in Amsterdam. Met een beetje geluk komt daar ooit nog een derde bij. Dat een ander voor mij bepaalt dat ik niet in twee woningen zou mogen wonen, slaat nergens op.

In communistische landen, in ditacturen wordt door de overheid bepaald wat burgers mogen en moeten laten. Eén kind. Een wachtrij voor een auto. Of een woning aan de rand van de stad. Dergelijke overheidsbemoeienis veroordelen we ten scherpste in Nederland, Amsterdam voorop. Maar als het om het bezit en de bewoning van twee woningen gaat, gaan we draaien. We? Amsterdamse woordvoerders. Amsterdamse policiti. “Er zijn regels,” klinkt het opeens. Poeh hé, er zijn regels! Regels zijn verzonnen door mensen. Dat wil niet zeggen dat die regels rechtvaardig zijn. Een regel die je zou kunnne verzinnen, is dat je maar één kind mag baren als je in Amsterdam woont – iets wat te bepleiten zou zijn, het is misdadig hoe Amsterdamse politici toestaan dat kinderen drie hoog zonder tuin op 50-80 m2 opgroeien, maar hé, dat is maar een mening. Zoals het maar een mening van één of andere bureaucraat is dat je niet twee woningen zou mogen bezitten voor eigen gebruik. Een mening die in een regel gegoten is.

Dat je volgens die regel een woning moet afstaan voor sociale woninghuur, is ronduit crimineel en hoogstwaarschijnlijk ook nog eens in strijd met de wet. Het verhuren van een woning waar een hypotheek op rust, is gewoon verboden door de bank die een hupotheek op het object heeft. Banken verschaffen hypotheken alleen voor eigen woninggebruik, niet voor verhuur. Dan zou het object een belegginsobject worden en gelden andere (veelal oninteressante) hypotheekrentes – u dacht te kunnen verdienen aan de verhuur van een woning?! De bank staat vooraan. En in dit geval gozijdank. Want als de gemeente het verschil tussen mijn en dijn weigert te begrijpen, is er maar één die het haar duidelijk kan maken: de (mede)eigenaar, de bank.

Niet dat het in mijn geval zover kwam. Eén mailtje naar de dienst Wonen Zorg en Samenleving van de gemeente was voldoende om ze op andere gedachten te brengen. Maar niet iedereen heeft een disclaimer onder zijn mail waarin staat dat-ie columnist en publicist is. En niet iedereen heeft de tijd om advocaat, makelaar en bank in stelling te brengen – die je keihard uitlachen want ‘tjonge tjonge tjonge, wát een eikels daar in Amsterdam zeg’. En waar de gemeente Amsterdam het vooral van moet hebben is dat niet iedereen een aangeboren aversie tegen onrecht en gezag heeft of opleeft bij een verbale krachtmeting.

Als het op woordjes in een bepaalde volgorde zetten aankomt, ga ik de strijd met élke voorlichter en politicus op élk moment van de dag aan. Ik wacht met smart op de brief die aankondigt dat ik mijn ándere woning mag inleveren ten gunste van één of andere low life die de gemeente Amsterdam liever binnen haar stadsgrenzen heeft dan zoals in alle kranten staat ‘hoogleraren, advocaten en ondernemers’. Of mij natuurlijk. Maar goed, dát is oud nieuws.

Klik hier