(NIET) GOED GENOEG

Het zinnetje dreunt na: “waarom ben ik nooit genoeg?” Het was de vraag van een vriendin die ‘onder voorbehoud’ een werkopdracht had gekregen. Of ze, voordat de opdrachtgever definitief akkoord zou geven, nog 1x een proefopdracht wilde uitvoeren. “Waarom ben ik nooit genoeg?!”.

Mijn taak als vriendin is om haar de waarheid te zeggen en haar tegelijkertijd te motiveren. En het antwoord is simpel: haar werk is nog niet goed genoeg voor de champions league waarin ze wil werken. Ze weet dat. Ze wil het leren. Maar ze wil ook vertrouwen jammert ze. En waarom kan ze niet ‘on the job’ leren? “Omdat dit de champions league is,” spreek ik haar streng toe. “Dit is niet het lokale sufferdje. Mensen betalen voor dit blad. En dan kun je wel ja-maar’en dat je ook andere grote opdrachtgevers hebt maar hey: die zitten online. Die zijn gratis. Daar komen zoveel mensen langs dat er altijd wel een paardenkop is die blijft hangen bij jouw tekst. Bovendien heb je gemerkt hoe moeilijk het is om een simpel proefstukje te tikken over een simpel onderwerp. Je moet oefenen. Oefenen oefenen oefenen. Heb ik je al gezegd. En luister: ik wil dat je slaagt hè? Je krijgt al een kans dus hou op met zeuren en begin met schrijven!”

Ze zucht nog wat na maar hangt op met “oké”.  Oké. Schop onder d’r kont heeft ze gekregen. Niet miepen, gewoon luisteren. En beter worden in wat ze wil. Maar uren later dreunt het bij mij nog na: waarom ben ik nooit goed genoeg?

Alsof ik m’n eigen diepste gedachtes hoor. Hoewel, die van mij formuleren het anders: ze moeten mij bij voorbaat niet. Het kleeft aan me. Als er een ding is waar ik niet aan twijfel, is het wel of ik goed genoeg ben. Dat ben ik. Beter dan vele anderen. Maar ze moeten me niet. Ik pas niet in het plaatje. Ik ben niet blond met blauwe ogen (alle columnisten die over koetjes en kalfjes schrijven zijn blond met blauwe ogen), ik heb een niet populaire mening die ik durf te uiten (ik zwijg niet waar iedereen aanvoelt dat het beter zou zijn om je kaken op elkaar te houden), ik leef mijn leven alleen (geen ex-man en kinderen om over te zeuren of het falen in mijn leven te verwijten) en tot slot ben ik niet zielig (ik kan, ondanks mijn Turkse komaf, het dak boven mijn hoofd zelf betalen, evenals mijn shop-verslaving en reislust in niet- coronatijden). Ik ben opgehouden met me af te vragen wat er mis met me is, waarom minder bedeelden qua talent het verder schoppen dan ik. En juist op de dag dat ik besefte dat ik het eigenlijk belachelijk goed gedaan heb op mijn vijftigste (een carrière waar anderen jaloers op zouden zijn, net als dat dak boven mijn hoofd en het leven dat ik leid zonder enige financiële hulp van een man), moet ik een vriendin opbeuren die zonder het zelf te weten, mijn eigen wanhoop uitspreekt: waarom ben ik nooit genoeg?

Nog even dit: mijn columns zijn gratis te lezen. Wil je me steunen (dank je wel!), dan kan hier– te gek!

Klik hier