Dag 4 / 23 te gaan

Zo’n dag waarin niets lukte – die moeten er ook zijn.

Maar écht niets lukte.

Nou ja, de gasleiding van een pandje waarbij ik de verbouwing overzie, werd omgelegd. Staat tegenover dat de elektra die ook verplaatst moesten worden, geen millimeter opschoof. Zes man en ik – en dat om kwart over acht ’s ochtends in de vrieskou. Opzichter erbij maar nee, helaas. Vandaag gaat’ m niet meer worden, want iets met een leiding en een gat wat er niet zat en ‘nee dat gaan wij niet doen, dat moet u doe’. Uit frustratie niet gebeld met Stedin want tja, dat het dit jaar ‘dus’ niet meer gaat lukken, lijkt duidelijk. En zo begon de dag op achterstand.

De tweede verbouwing waar ik naartoe moest, haalde ik niet. Bij m’n cursus logte ik te laat in. Het interview dat ik moest doen, begon later. Zo’n dag. Maar als 20 maanden qrona één ding geleerd hebben, is het wel dat alles kan wachten. Het concept ‘haast’ of ‘op tijd’ is een herinnering aan vervlogen tijden en voegt niets toe aan de gemoedsrust. Wat qrona ook gebracht heeft, is dat het onbevredigende gevoel van zo’n dag weggenomen kan worden door nodig te zijn. Het concept ‘kat’ is daarvoor de perfecte oplossing – ware het niet dat mijn exemplaar mij niet alleen ziet als personeel maar ook als prooi. Al dagen plot hij zijn moordpogingen, mijn armen zitten onder de krassen – tot bloedens toe. De ruzies die we hebben, wint hij glansrijk; nog geen drie turven hoog maar zonder enige schroom valt hij me aan als hij vindt dat de ruzie niet beslecht is en ik toch écht onderworpen moet worden. Godzijdank houdt hij van buitenspelen.

Waar hij, tot groot vermaak van de buren, denkt een hond te zijn. Drie keer roepen: TURK!! TURKJE, KLEINE TURK KOMMESHIER en het keizerlijke mormel komt aanrennen. Vandaag met iets zwarts in zijn bekje.


Iets groots.

Iets zwarts.

Ogen die intens tevreden glimmen. 

GATVERDAMME. Een rat?

Een muis?

Ow. Een zwarte vogel. Morsdood. Om vervolgens het beest de trap op te sjouwen. Tree voor tree, kijkend naar me: ‘heb ik toch maar mooi ff gefixt voor je. Ebruutje!’. Yep. Maar er komt geen dode vogel mijn huis in. Het is een vreemd psychologisch spel – de dode vogel is een cadeau van het soort wat ik niet hoef maar hoe leg ik het m’n kat uit? 

Het ging vanzelf: halverwege de trap besloot Turk dat het leuker was om in de tuin te spelen met de dode vogel. Een uur later kwam ‘ie tevreden naar binnen; een tevredenheid die niet lang duurde aangezien hij onmiddellijk een bandje met een belletje omkreeg. Wat ik vervolgens direct kreeg te verduren met een klap om m’n oren en een dodelijke blik: een belletje? Really?! 

Een belletje.

En zo lukte er toch nog iets.

Klik hier